Holons en het volledige integrale model
Ken Wilber heeft in zijn integrale theorie (Wilber, 2001) de term ‘holon’ ingevoerd om de realiteit te kunnen beschrijven. Een holon is een geheel in de context en een deel in de andere context. Voorbeeld: ‘Een atoom is deel van een hele molecule, een molecule is deel van een hele cel, een cel is een deel van een heel organisme. Een ander voorbeeld is dat een letter een deel is van een heel woord, en een woord een deel is van een hele zin, en zo voort.’ (Wilber, 2001, p. 40) De realiteit bestaat niet uit delen of gehelen, maar eerder uit deel/geheel. Dit brengt logischerwijs een holistische denkwijze aan de orde, omdat er aan de hand van het goed begrijpen van deze theorie opgemaakt kan worden dat het universum bestaat uit ‘nests within nests, indefinitely’ (Wilber, 2001, p. 40) De holon theorie kun je op alles toepassen. Wilber onderscheidt een viertal kwadranten, namelijk: zelf en bewustzijn (IK), hersenen en organismen (HET), cultuur en wereldbeeld (WIJ) en sociaal systeem en omgeving(ONS). (Wilber, 2001)
De community developer denkt voornamelijk vanuit WIJ. Daarnaast neemt het veel ONS mee in zijn oordeel en ontwikkelingsplan. De stroming van community ontwikkeling vind ik dan ook een stap richting een meer holistische manier van managen. Er wordt integraler nagedacht, vanuit een groter overkoepelende holon. Wilber (2001) beschrijft deze ontwikkeling ook als integraal, en gaat daarnaast verder in het toepassen van een integraal model op de vier kwadranten. Ingezoomd op de WIJ van de community denker, beschrijft hij ook het belang van families, cultuur, groepen en communities in een integraal model. Hij laat het daar niet bij, en neemt het integrale model nog een stap verder, wat volgens hem ‘truly integral’ is. Namelijk IK, HET, WIJ en ONS samen, ofterwijl integraal. Volgens hem kan zou een integraal model dat de vier kwadranten niet met elkaar laat samenhangen, geen succesvol integraal model zijn. (Wilber, 2001, p55) Dat betekent echter niet dat er soms niet ingezoomd moet worden om bepaalde aspecten, zodat er maatwerk geleverd kan worden op alle delen van de samenleving en de mensheid. (holons)
Integraal werk in het sociaal domein
Voor dit onderzoek wordt er dan ook ingezoomd op bepaalde aspecten van het integrale model. In ‘Integraal Werk Ontrafeld’ schrijven Binkhorst, J. B., Overkamp, E., Sprinkhuizen, A., & Wilken, J.-P. (2019) over integraal werken in het sociaal domein. Er is een zekere versplintering in het sociaal domein gaande, specifiek in de uiteenloping van de professionele specialisatie en de roep om samenhang. Ze gaan uit van vier vensters binnen het sociaal domein, namelijk:
- het venster van de burger
- het venster van de professional
- het venster van de organisatie
- het venster van beleid en bestuur.
Venster 1: de burger
Binnen het venster van de burger zijn er drie thema’s van belang voor de integrale aanpak van het sociaal werk. Als je over een burger nadenkt dien je vanuit het perspectief van de burger te observeren.
Ten eerste is het leefgebied van de burger van belang. Movisie (2018) beschrijft in haar participatiewiel ongeveer dezelfde categorieën van leefgebieden als Binkhorst, J. B., Overkamp, E., Sprinkhuizen, A., & Wilken, J.-P. (2019), namelijk: zingeving, wonen, financiën, sociale relaties, lichamelijke gezondheid, psychische gezondheid, werk en activiteiten. Door hier te klikken kun je even terugblikken op mijn literatuuronderzoek over het participatiewiel in periode B. Omdat we een integraal model suggereren, is het van belang dat al deze leefgebieden in contact met elkaar worden gezien. Ze hebben onderling effect op elkaar. Dit betekent niet dat ze van elkaar kunnen verschillen, want een burger kan bijvoorbeeld een hoge lichamelijke gezondheid hebben maar in een slechte financiële situatie verkeren of een slechte mentale gezondheid ervaren. Wél wordt het totale ‘gevoel’ van ‘leefgebieden’ beïnvloedt door elke categorie en wordt zijn er verbanden tussen de categorieën onderling. Een voorbeeld van dat laatste is een verslechterde lichamelijke conditie door een slechte mentale huishouding. In de woorden van Wilber (2001), zijn alle categorieën die zojuist genoemd zijn zowel een geheel van zichzelf, als een deel van het geheel ‘leefgebieden’. Binkhorst, J. B., Overkamp, E., Sprinkhuizen, A., & Wilken, J.-P. (2019) zeggen om diezelfde reden dat wat er binnen één leefgebied gebeurt, invloed kan hebben op wat er binnen andere leefgebieden gebeurt. Een belangrijk effect daarvan is dat, vanuit een integraal perspectief, de categorie waar een probleem zich voordoet, niet persé de categorie is waar dat probleem opgelost dient te worden.
Daarnaast is zelfregie een belangrijke factor. De mate waarin een burger eigen keuzes kan maken en op eigen kracht kan groeien is belangrijk en doet motivatie groeien. Ook contacten van een persoon zijn belangrijk. Daarnaast is de leefomgeving ook essentieel, omdat mensen meestal in een collectieve situatie leven. Al dit soort elementen kunnen integraal werken versterken, omdat ze onderliggend kunnen zijn voor problemen of voor oplossingen tot problemen uit een ander gebied.
Venster 2: de professional
Vanuit de professional is het allereerste dat belangrijk is het inleven in de burger. Het goed begrijpen van de burger is essentieel. Hierbij is het belangrijk dat je goede informatie verzamelt en deze op de juiste manier ‘verstaat’. Om de mate van integratie te kunnen duiden, hebben Boon, H., Verhoef, M., O’Hara, D., & Findlay, B. (2004) een aantal stadia van integratie opgesteld.

Essentieel voor een integrale samenwerking is dat er vanuit een gedeelde visie gewerkt wordt en dat professionals kennis en inzicht hebben van elkaars deskundigheden. Dat is natuurlijk niet alleen maar pret, want soms komen professionele inzichten en belangen bij samenwerking in botsing. Daarom is het voor integrale samenwerking ook belangrijk dat professionals op een juiste manier met botsende belangen omgaan. Goed met elkaar omgaan houdt ook in dat de professionals vertrouwen hebben in de expertise van hun naaste collega’s. Dat omvat niet alleen het vertrouwen hebben in, maar ook ruimte geven aan andere logica’s. Wat bij de ene professie logisch is en als uitgangspunt geldt, kan bij een andere professie namelijk niet zo zijn.
Venster 3: de organisatie en de institutionele basis.
De institutionele basis is een belangrijk onderdeel van het sociaal werk. Daar worden veel benodigdheden voor het sociaal domein georganiseerd, zoals een ruimte of subsidies. Dit wordt ook wel het ‘organisatievenster’ genoemd. Dit venster zorgt ten eerste voor procesinrichting en voor randvoorwaarden. Goede integrale samenwerking in het sociaal domein vereist een goede organisatie, omdat er bewust en gestructureerd gepland moet worden. Op deze manier voorkom je bijvoorbeeld dat er verschillende sociale werkers aan een casus werken zonder dat van elkaar te weten. Ten tweede benadrukken Binkhorst, J. B., Overkamp, E., Sprinkhuizen, A., & Wilken, J.-P. (2019) dat het belangrijk is dat een juiste organisatievorm wordt gekozen bij de vorm binnen het sociaal domein. Elke beroepsvorm heeft een passende organisatie en institutionele besturing nodig, denk aan het verschil tussen de GGD en een basisschool.
Venster 4: beleid en bestuur
Het vierde venster omvat de beleidsmatige kant van integraal werk. in de beleidsmatige kant gaat het vaak om de manier waarop gemeentes, de overheid en andere instellingen met elkaar samenwerken. Het is hierbij heel belangrijk dat er altijd door alle lagen heen na wordt gedacht, en dat alle verschillende partijen een rol spelen in de communicatie. Integraal besturen voor gemeentes bevat bijvoorbeeld inter-gemeentelijke communicatie, communicatie met de overheid en een vertaling naar de burgers.