Inclusie en diversiteit

Inclusie is een veelomvattend en veelbesproken thema. In de kern van het woord vind je ‘IN’, de tegenpool van ‘UIT’. De tegenpool van inclusie is dus exclusie. Ergens bij horen en ertoe doen is belangrijk. Iedereen is wel eens in aanraking geweest met exclusie. Denk maar aan het op het schoolplein besproken thema: buitensluiten.

Ergens bij horen valt samen met het hebben van een netwerk. Bredere netwerken zijn gezond voor je, en het is bewezen dat het hebben van sociale relaties op verschillende niveaus gezond voor je is. ‘Geen nauwe persoonlijke banden hebben geeft een even groot risico voor de gezondheid als roken of obesitas.’ (Wilken. 2018. p.22)

Exclusie geeft volgens Wilken ook een antwoord op inclusie. Dat komt, zoals ik al aangaf, doordat het tegenpolen zijn. (Wilken. 2018.) Dit is vergelijkbaar met het uitleggen van de eigenschappen van de noordpool aan de hand van de eigenschappen van de zuidpool, en vice-versa. Je zou verder kunnen redeneren en concluderen dat het zelfs onmogelijk is om een volledige uitleg te geven zonder het gebruik van de tegenpool. En dat blijft niet alleen bij een uitleg, het zou voor de + zijde van een batterij namelijk onmogelijk zijn om te bestaan zonder de – zijde. (Watts, 1957)

Wilken heeft in zijn college een aantal exclusiefactoren opgenoemd. Die zijn hiernaast te vinden. Je kan zien dat ook taal en cultuur van grote invloed is op exclusie. Dit is waarom er op deze pagina ook ingegaan wordt op diversiteit. Diversiteit is een belangrijke factor voor inclusie. (Wilken. 2018.)

Inclusie is niet alleen de uitnodiging tot een bijeenkomst, maar meer dan dat. Een uitnodiging is de eerste stap, maar daarnaast dient de genodigde volledig geaccepteerd en open ontvangen te worden. Inclusie is daarom ook niet alleen subjectief, maar ook objectief. Subjectief is de toegang en beschikbaarheid tot diensten en bijeenkomsten. Objectief is het gevoel van ertoe doen, erbij horen, deel zijn van. Als je stappen op het gebied van inclusie wil maken is dit gevoel van erbij horen essentieel. (Wilken. 2018.)

Inclusie en diversiteit

Er bestaan veel verschillende definities van de term diversiteit. Diversiteit is onlosmakelijk verbonden met inclusie. Dat heeft vooral te maken met ‘anders zijn.’ In dat kader licht J-P. Wilken (2018) toe dat exclusie tot stand komt door bijvoorbeeld armoede, cultuur, taal of verward gedrag. De volgende definitie wordt veel gebruikt: ‘‘Diversiteit betreft alle aspecten waarop mensen van elkaar verschillen. Dit kan gaan over verschillen in sekse, etniciteit, seksuele oriëntatie, leeftijd, leefstijl of motivatie.’’(van Gerven, Ramcharan, Hamaker & de Vries, 2010) Dus daarbij gaat het om zowel zichtbare kenmerken als niet zichtbare kenmerken. (Van Beek & Hendrikse, 2015) Culturele diversiteit is een specifiek onderdeel van diversiteit, namelijk de verschillen in de etnisch-culturele achtergrond van personen.

Bij sommige organisaties wordt een doelgroepen diversiteitsbeleid gevoerd. Een dergelijk beleid heeft als doel om gerichte maatregelen te nemen voor bepaalde groepen werknemers, zoals vrouwen of inwoners met een migratieachtergrond. Een beleid is gericht op het wegwerken van achterstanden van bepaalde groepen. In het beleid is aangenomen dat mensen van elkaar verschillen, en een diversiteitsbeleid houdt hier rekening mee en wil er voor zorgen dat de kwaliteiten van alle medewerkers optimaal en duurzaam benut worden. Een dergelijk beleid is dus gericht op de optimale ontplooiing van alle medewerkers. Werving en selectie is een deelonderwerp van een diversiteitsbeleid. Dit zorgt er voor dat een organisatie aantrekkelijk is voor iedereen, en dat er zo min mogelijk divers talent vertrekt. (Hendrikse, W., van Doorne-Huiskes, A., Schippers, J. 2007) Dagevos, Andriessen, Nievers, en Fauld (2010) hebben in hun onderzoek aangetoond dat inwoners van Nederland met een niet-westerse migratieachtergrond een afstand tot de arbeidsmarkt hebben en dat niet-westerse sollicitanten minder vaak aangenomen worden dan westerse sollicitanten. Dit zijn voorbeelden van exclusie.

Sinds 1 november 2016 heeft de overheid samen met het CBS de termen allochtoon en autochtoon volledig geschrapt. Als er dan toch over die groep gesproken moet worden, moet er gebruik gemaakt worden van ‘inwoner met een migratieachtergrond’. (Meijer & Sommer, 2016) In dit onderzoek en in het museum wordt de standaarddefinitie van het CBS gebruikt. Migranten zijn onder te verdelen in westerse en niet-westerse migranten. Een persoon heeft een niet-westerse migratieachtergrond als hij of zij in Afrika, Latijns-Amerika of Azië is geboren, met uitzondering van Japan en Indonesië. Daarnaast kan je een eerste of tweedegeneratie migrant zijn. Een eerstegeneratie migrant is in het buitenland geboren, en van een tweedegeneratie migrant is tenminste een van de twee ouders in het buitenland geboren. (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2016)

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag